Ga naar hoofdinhoud

Bitfitting

Wat is een goed bit?

Voor het welzijn van je paard is het belangrijk om met een goed passend bit te rijden. Een goed bit is het bit dat jouw paard zelf uitgekozen zou hebben, omdat het goed past, comfortabel in zijn mond ligt en ruimte geeft om te reageren op de gevraagde teugelhulpen. Vanzelfsprekend mag het bit de bewegingen van je paard niet tegenwerken. Een goede bitfitter kan beoordelen of het bit waarmee je rijdt hieraan voldoet.

Waar moet een goed bit aan voldoen?

Een bit kiezen op basis van alleen de breedte, zoals vroeger veel gebeurde, is echt uit de tijd. Inmiddels is duidelijk dat een goed passend bit aan veel meer voorwaarden moet voldoen dat enkel de juiste breedte. Er zijn paarden met veel ruimte in de mond of juist heel weinig, een dikke, dunne of juist lange tong, gevoelige lagen of gebitsproblemen die een bit in de weg kunnen zitten. Allemaal zaken waar je als ruiter vaak weinig van weet, maar die wel heel belangrijk zijn voor het welzijn van je paard.

Wanneer bel je een bitfitter?

Een bitfitter krijgt vaak te horen dat een ruiter ‘al jaren’ met een bepaald bit rijdt. Hij of zij kan niet uit ervaring vaststellen hoe het paard zich met een ander bit zou gedragen. Veel problemen, zowel lichamelijk als rijtechnisch, kunnen worden veroorzaakt door een slecht passend bit. Denk aan een onrustige aanleuning, een paard dat niet soepel door zijn lijf loopt, de tong over het bit gooit, een tong die zelfs buitenboord gaat hangen of een paard dat zijn mond openhoudt tijdens het rijden. Ook als je de overgang naar stang en trens gaat maken, is het verstandig je hierbij te laten adviseren. Zo kun je met een gerust hart verder in de sport kunt in de wetenschap dat je paard niet door zijn bit wordt belemmerd. In de praktijk tobt een eigenaar vaak al lange tijd met zijn paard, voordat een bitfitter in beeld komt. De oplossing is dan al gezocht in training en/of behandelingen door een osteopaat, fysiotherapeut of andere behandelaar. Zonder resultaat.

Wonderbit bestaat niet

Het ‘wonderbit’ voor jouw paard bestaat niet. Wel kan je paard optimaal presteren met een goed passend bit in zijn mond. Een goed passend bit is heel persoonlijk. Wat voor het ene paard een fijn bit is, hoeft voor het andere paard helemaal niet zo fijn te zijn. Bitfitting is dé manier om te ontdekken wat voor jouw paard het beste is.

bittenHoe ziet een bitfitsessie eruit?

De bitfitter begint de bitfitsessie met een inspectie van de paardenmond. De mondhoeken en de binnenkant van de wangen worden gecontroleerd op wondjes. Heeft een paard wondjes aan de binnenkant van zijn wangen, dan heeft hij wellicht haken op zijn tanden. In dat geval zal de bitfitter adviseren om een gebitsverzorger – ook wel paardentandarts genoemd – langs te laten komen voor een gebitsbehandeling. Het is sowieso aan te raden het gebit van je paard jaarlijks te laten nakijken door een erkende gebitsverzorger.

Ook kijkt de bitfitter naar het totaalbeeld van de optoming. Hangt het bit op de juiste hoogte, zit de neusriem op de juiste hoogte en niet te strak of te slap, wordt de sperriem niet te strak aangetrokken en sluit het hoofdstel goed aan bij de vorm van het paardenhoofd. Zaken die allemaal niet onderschat mogen worden als je je paard tevreden wilt houden. Een tevreden paard werkt graag voor je, dus gun je paard deze zorg en aandacht.

Een slecht passend bit of harde ruiterhand?

Wondjes aan de mondhoeken zijn meestal te wijten aan een slecht passend bit en/of een te harde ruiterhand. De bitfitter controleert ook de lagen op gevoeligheid. Gevoelige lagen worden veroorzaakt door een te dik bit of een harde ruiterhand.

Ook zal de bitfitter het bit dat je momenteel gebruikt, willen zien. Hij of zij kijkt of het bit goed in de mond past, of dat er een breder, smaller, dikker of dunner bit beter bij je paard past. Daarnaast passeren de vragen en wensen van de ruiter de revue. Welke problemen zijn er? Wat zijn de doelstellingen van de ruiter? Wat zijn de verwachtingen van het paard?

Op basis van deze bevindingen wordt een keuze gemaakt om een aantal bitten te gaan testen. De bitfitter zal vragen om met je eigen bit en een aantal testbitten te rijden. Hierbij beoordeelt de bitfitter telkens of je paard beter loopt, beter kan nageven, zich verzet of anders reageert. Ook de ruiter geeft telkens aan welke verschillen er voelbaar zijn. Gezamenlijk wordt er uiteindelijk een keuze gemaakt welk bit het beste bij ruiter en paard past om op een gezonde manier verder te trainen. Het resultaat kan soms verrassend zijn: soms bedenkt de bitfitter een oplossing die niet voor de hand ligt voor de ruiter, maar wel een bijzonder positief effect heeft.

Hoeveel druk op de tong heeft een paard nodig?

De druk die een paard op de tong nodig heeft, verschilt per paard. Hier ligt een dankbare taak voor de bitfitter, die precies kan vertellen welke elementen van een bit scherp inwerken. Juist tijdens het testrijden wordt dit verduidelijkt. Wellicht kom je tot de conclusie dat jouw paard juist geen tongdruk nodig heeft, maar beter functioneert met een bit dat tongvrijheid geeft. Dan kies je dus eerder voor een bit met een boogje in het midden, waardoor de tong meer ruimte heeft.

Wat als het paard zijn tong uitsteekt tijdens het rijden?

Er zijn soms paarden die de tong uitsteken tijdens het rijden. Vaak wordt er dan direct geconcludeerd dat het bit de oorzaak hiervan is. Dit kan ten dele waar zijn, want een slecht passend bit kan er aanleiding toe geven dat het paard een uitweg zoekt met zijn tong. Maar een tongprobleem is vooral een tijtechnisch probleem, dat voorkomt uit het niet voldoende vanuit de achterhand naar voren toe rijden. We zien het probleem vaak bij beginnende ruiters, die niet bedreven zijn in het stimuleren van de achterhand. Zodra die achterhand wél wordt aangedreven en het paard genoeg gaat ondertreden, gaat de tong meestal vanzelf terug naar binnen. Tel daarbij op dat een beginnende ruiterhand vaak niet stabiel is en dan heb je echt een aanleuningsprobleem.

Een paard heeft stabiliteit nodig om de hand te kunnen volgen, alle ongelijkmatige bewegingen komen die aanleuning niet ten goede en ook dat speelt dus een rol bij het rijtechnische gedrag van een paard. En hoe langer het probleem van een uitstekende tong al bestaat, hoe moeilijker dat het is op te lossen, omdat het dan gewoontegedrag is geworden, wat langere tijd nodig heeft om gecorrigeerd te worden. Een ander bit kan dus wel deels bijdragen aan de oplossing, maar de ruiter moet ook bij zichzelf te rade gaan.

Van welk materiaal is het bit gemaakt?

Bij een bitfitsessie heeft de bitfitter als het goed is meerdere merken en modellen bij zich, waaruit je kunt kiezen. Het complete assortiment dient in elk geval alle mogelijke oplossingen te bieden die nodig kunnen zijn om een paard prettig te laten lopen op een bit. Bitten zijn er in verschillende materialen. RVS is wellicht de bekendste. Argentaan en aurigan zijn varianten, waarin veel koper is verwerkt. Er zijn paarden die hier duidelijk de voorkeur aan geven. Het koper in deze bitten geeft een effect van zoetheid in de mond, waardoor sommige paarden graag op het bit knabbelen en speeksel produceren. Een andere variant is salox, wat voor veel paarden aangenaam is. Sweet-iron bitten zijn de laatste jaren ook sterk in populariteit gestegen. Dit materiaal gaat door de speekselvorming roesten en juist die roestvorming vinden veel paarden prettig. Tot slot heb je ook nog kunststof en rubber bitten.

Verschillende modellen op voorraad

Als je in de voorraad van de bitfitter kijkt, schrik je van het aantal verschillende modellen bitten wat tegenwoordig gebruikt kan worden. Het gaat veel verder dan alleen de keuze tussen enkelgebroken, dubbelgebroken en stang en trens. Alleen al in de categorie dubbelgebroken zijn er eindeloos veel varianten. Afgezien van breedte en dikte, is er keuze uit anatomisch gevormde bitten of rechte bitten. Vaak laat een paard snel zien welke van deze opties hij prefereert. Maar ook de tussenstukjes van een dubbelgebroken bit verschillen soms sterk. De verschillen zijn essentieel voor de reactie van het paard. Sommige stukjes zijn dikker, ronder, andere zijn platter en werken daardoor scherper op de tong in.

Is een dun bit altijd scherper?

Metalen bitten zijn tegenwoordig veel dunner dan vroeger. Een misvatting is nog vaak dat een dun bit per definitie scherper is. Een modern bit van 16mm is meestal niet scherp en past vaak beter in de mond dan een dikker bit. Of een bit echt scherp inwerkt, hangt vooral af van het middenstuk, dat inwerkt op de tong. Een te dik bit veroorzaakt soms onherstelbare schade aan de lagen van de mond. Een uitzondering daarop is het flexibele kunststof bit, wat meestal wat dikker is. Vooral paarden die de achterhand minder goed gebruiken, lopen hier vaak erg goed op.

Bustrens of watertrens?

Ook de primaire keuze tussen een bustrens of watertrens maakt soms een significant verschil. Van de bustrens wordt meestal gezegd dat het stabieler in de mond ligt; sommige ruiters ervaren dit als voordeel. Al is het niet gegarandeerd! Sommige paarden maken zich op een bustrens te sterk en werken uiteindelijk weer beter op een watertrens. En paarden die zich nogal vasthouden in het lichaam, zijn vaak weer gebaat bij een flexibel, kunststof bit. Dit zijn allemaal zaken die je pas kunt vaststellen als je daadwerkelijk de verschillende bitten uitprobeert. Kortom, er zijn heel veel mogelijkheden en het vrijwel ondoenbaar om zelf al die mogelijkheden uit te testen zonder een expert die al die opties beschikbaar heeft en – door onderzoek van de mond – een selectie kan maken welke bitten voor het testen in aanmerking komen.

Wat maakt een bitfitter een goede consultant?

In de basis zijn er feitelijk twee criteria waar een bitfitter aan zou moeten voldoen. Eén daarvan is de opleiding die is gevolgd. Niemand mag zichzelf tot bitfitter uitroepen zonder gedegen kennis van de paardenmond en de gehele anatomie van een paard. Een bitfitter in opleiding leert alles over de paardenmond, maar ook over de connectie naar de rest van het paardenlichaam. En daar komt een behoorlijk stuk anatomie bij om de hoek kijken. Hoe functioneert de paardenmond, de kaken, het tongbeen en alle spieren die zich in dat gebied bevinden? En wat is de relatie tot de rest van het paardenlichaam? Allemaal zaken die in acht genomen moeten worden bij de bepaling wat er het beste in de paardenmond past. Ook andere problemen in de paardenmond (wonden of gebitsproblemen) onderzoekt de bitfitter. Indien nodig adviseert hij of zij een dierenarts of gebitsverzorger voor paarden te raadplegen.

Daarnaast is het bijzonder belangrijk dat een bitfitter rijtechnisch heel goed is onderlegd. Want bij een bitfitsessie worden er diverse bitten niet alleen gepast, maar ook getest. Bij het lopen op verschillende bitten is het zaak dat de bitfitter goed kan beoordelen of het paard ‘lekker loopt’ op een bit of niet. Soms zijn de verschillen subtiel. Het is aan de bitfitter om ook de kleine verschillen op te merken. Uiteraard voel je als ruiters als het goed is ook de verschillen. Echter, als een bitfitter bijvoorbeeld ook gediplomeerd instructeur/instructrice is, wordt je veel beter geadviseerd en ondersteund in de uiteindelijke keuze van het bit. Kortom, de bitfit consultant dient verstand van paardrijden te hebben, liefst van meerdere disciplines en qua niveau van laag tot hoog, zodat jij en je paard na afloop gelukkig zijn met de keuze van het beste passende bit.

Mag je met alle bitten op wedstrijd?

De KNHS hanteert een reglement inzake de bitten die zijn toegestaan op wedstrijden. Hoewel tegenwoordig erg veel bitten zijn toegestaan, is het niet ondenkbaar dat een bit – als het een ongebruikelijke soort is – wellicht niet door de KNHS wordt toegestaan. Een bitfitter dient op de hoogte te zijn van welke bitten niet zijn toegestaan, maar bij twijfel kun je altijd zelf de reglementen van de KNHS raadplegen, alle informatie is terug de vinden op de website van de KNHS.