Ga naar hoofdinhoud

Blog: Is een dun bit scherper dan een dik bit?

In de wandelgangen hoor ik vaak dat een dun bit scherper zou zijn dan een dik bit. Maar is dat eigenlijk wel zo? In deze blog wil ik graag twee punten belichten: de bouw van de paardenmond en de plek in de mond waar het bit inwerkt.

In principe is de gedachte dat een dun bit scherper zou zijn logisch; bij een dun bit wordt de druk over een kleiner oppervlakte verdeeld, dus dezelfde druk wordt uitgeoefend op een kleiner oppervlak in de mond van het paard. Komt er veel druk op te staan, om wat voor reden dan ook, heb je met een dunner bit sneller een wondje.

Geplette tong

bitfitterMaar er is een maar. Een paardenmond zonder bit varieert van ‘best wel vol’ tot ‘enorm vol’. Dit komt door een dikke tong en/of veel slijmvlies. Maar ook een paard met een relatief dunne tong heeft maar weinig ruimte voor een bit. Als een bit in de mond komt, wordt de tong opzij en omlaag gedrukt. Een dik bit plet de tong meer dan een dun bit. De (dikke) tong kan geen kant op doordat de kiezen en snijtanden hem tegenhouden. Het paard krijgt met een beetje pech de tanden en kiezen niet meer op elkaar en houdt zijn mond dus wat open. Maar een open mond willen we natuurlijk niet zien met rijden en wordt helaas in sommige gevallen de neusriem strakker aangesnoerd. Het resultaat: een geplette tong en stress voor het paard, want hij kan zijn tong nergens meer kwijt. Een strakke neusriem heeft wel meer nadelen, maar dat bewaar ik voor een andere blog.

Ruimte geven

Zo zie je dus dat een dik bit juist tot meer problemen kan leiden dan een dunner bit. Bij het dunnere bit wordt de tong minder verdrukt en zal het bit dus ook beter op zijn plek kunnen blijven liggen. Ook als de tong niet zo dik is, maar een paard slecht tegen druk op de tong kan, is een dun bit in dit geval dus een betere optie (omdat de tong minder geplet wordt). Bitten zijn er in allerlei soorten en maten, ook die de tong ruimte geven. Dus bij heel gevoelige tongen kies ik voor een dunner bit dat zo gevormd is dat de tong zo veel mogelijk ruimte heeft en zo min mogelijk druk hoeft te krijgen.

BitfitterBehoorlijk vol

Hiermee wil ik zeggen dat het dus belangrijk is om eerst in de mond te kijken van je paard of er überhaupt wel een dik bit in past. Dat kan heel simpel door de lippen van elkaar af te halen zoals op de foto gebeurt. Dit paard zijn mond is echt al behoorlijk vol. Je kan zien dat de tong door de haaktanden in een soort S-vorm ligt. Leg je hier een dik bit in en het paard zal vermoedelijk de mond openen met rijden.

Inwerking

Een ander gehoord argument voor de stelling dat een dun bit scherper is dan een dik bit is dat een paard beter reageert op het dunne bit. Maar komt dat door de dikte? Het kan namelijk ook zijn dat het dunne bit op een andere plek in de mond inwerkt, bijvoorbeeld meer op de lagen of juist meer op de tong. Een paard kan op verschillende manieren aangeven dat hij druk op een bepaalde plek niet fijn vindt: het paard is te licht/te zwaar in de aanleuning of heel onrustig. Kies je voor een inwerking op een andere plek, en het paard verdraagt daar de druk beter, zal hij ook beter op een hulp reageren. Hierdoor lijkt het dus alsof het bit scherper is, omdat er kleinere hulpen nodig zijn voor dezelfde (of juist een betere) reactie. Maar moet je dat bit dan meteen ‘scherp’ noemen?

Blijven wisselen

Wat ik ook regelmatig hoor is dat een paard niet lekker loopt op een bepaald bit, maar op het nieuwe bit na een week ook niet meer fijn loopt. En zo blijft men uiteindelijk elke week van bit wisselen. Resultaat: een bolstaande kast en nog steeds is de aanleuning niet zoals je wilt. Dit is te verklaren met een voorbeeld. Ik haal er maar iets bij wat we allemaal kennen: de rugzak. Stel je loopt met een rugzak op de Nijmeegse Vierdaagse (ik begin er niet aan, maar er zijn van die bikkels) en na een kilometer of acht beginnen je schouders toch wel wat vervelend aan te voelen. Om de last wat te verlichten, kieper je wat overbodige ballast overboord, maar het blijft pijnlijk. Gelukkig heb je een hoop fans langs de route en eentje biedt je een andere rugzak aan. Het vervelende gevoel op je schouders verdwijnt gelukkig vrijwel meteen. Maar na de volgende negen kilometer doen je schouders toch weer zeer, wel net op een andere plek, maar de finish is nog lang niet in zicht. Dus maar weer een nieuwe rugzak en dat wordt toch al snel wat begrotelijk.

Gevoelig

Hoe is dit te verklaren? Rugzak 1 drukte blijkbaar op een gevoelige plek en doordat rugzak 2 deze plek ontlastte, verdween dit gevoel. De druk die rugzak 2 op een ander gedeelte van je schouders bracht, was toch eigenlijk ook niet prettig maar wel een verlichting van pijnlijkheid van rugzak 1. Beide rugzakken waren dus niet ideaal. Zo kun je het ook zien bij een wisseling van bitten. Het nieuwe bit verlicht de gevoelige plek doordat het op een ander gedeelte in de mond inwerkt, maar die nieuwe plek blijkt toch ook gevoelig. Het komt er dus op neer dat het verdwijnen van de druk op de gevoelige plek in eerste instantie meer op lijkt te leveren dan dat de nieuwe druk aan last op een andere plaats veroorzaakt.

Als iemand besluit een bit van mij te houden, vraag ik na een week of twee altijd hoe het ermee gaat. In de meeste gevallen is de verbetering blijvend, maar het wil wel eens voorkomen dat het verhaal van de rugzakken opgaat. In zo’n geval ga ik terug en bekijk de situatie opnieuw.


Gerelateerde blogs